CGK Katwijk

Christelijke Gereformeerde Kerk te Katwijk aan Zee

Meditatie

Meditatie september 2019

“Geef dan Uw knecht een verstandig hart” ( 1 Kon. 3: 9a).

De jonge Salomo is geroepen tot een verantwoordelijke taak. Salomo zal straks koning zijn over het volk Israël in de plaats van zijn vader David. In een droom te Gibeon verschijnt hem de Heere en de jonge Salomo mag een wens doen. “Begeer, wat Ik u geven zal.” Wat zal Salomo vragen? Een lang leven, of rijkdom, of de ziel van zijn vijanden? Alle aantrekkelijke en begerenswaardige zaken voor een jong mens. Wie zou niet rijk willen worden, of een lang leven willen leiden? Wie zou niet verlangen naar een rustig en gemakkelijk leven? Toch gaat Salomo aan al deze dingen voorbij. Hij vraagt de Heere: “Geef mij een wijs hart.” De jonge Salomo staat straks voor de geweldige taak het volk Israël te regeren en te besturen. Maar hoe zal hij dat kunnen? In zichzelf is hij totaal onbekwaam tot deze hoge roeping. In hem is geen kracht en geen wijsheid. Ziende op de taak die hem wacht, noemt hij zich een kleine jongen, die niet weet in te gaan noch uit te gaan. Israël is niet alleen het volk van hem, maar het is het volk van God. Hoe zal hij dat verheven ambt kunnen vervullen? In hem is geen reden dat de Heere hem genadig zou zijn. Ook hij moet erkennen het zichzelf gans onwaardig gemaakt te hebben. Als de Heere met hem in het gericht zou treden en doen naardat hij zich heeft waardig gemaakt, dan kan hij voor die God niet bestaan. Maar toch heeft de Heere hem uit het volk verhoogd, hem had Hij uitverkoren. Als de Heere hem dan vraagt: “Begeer, wat Ik u geven zal?” dan vraagt Salomo om een verstandig hart. Het wil eigenlijk zeggen: een luisterend of horend hart. Een hart dat geleerd heeft te horen naar wat de Heere Zijn volk geopenbaard heeft. Wat had Salomo als koning dat nodig, een verstandig hart om verstandig te onderscheiden tussen goed en kwaad. En de Heere heeft zijn begeerte vervuld. Hij gaf hem een wijs en verstandig hart om zijn volk te richten. En omdat hij geen rijkdom en eer vroeg en een lang leven, ontving hij al het andere er nog bij. En zo is Salomo als koning over zijn volk Israël de afschaduwing geworden van die meerdere Salomo, in Wie al de wijsheid Gods verborgen is. Hij is de Koning des Vredes, Die Zijn Sion regeert in alle wijsheid en gerechtigheid.

Het zal je maar gevraagd worden: “Begeer, wat Ik u geven zal.” Wat zou u gekozen hebben? Wat zou jij gekozen hebben? Dan hebben we allen onze verlangens en begeerlijkheden. Maar zou er iemand zijn die als Salomo een verstandig hart vroeg? Van nature niet. Dan zoeken we het allen in het tijdelijke en vergankelijke. Dan rekenen we allemaal naar onszelf toe. Het is genade van Boven als onze keus met Salomo uitgaat naar een wijs hart. Eenmaal hadden we allen een verstandig hart. Toen luisterden we met een volkomen hart naar hetgeen de Heere tot ons sprak. Maar ons hart is verduisterd geworden. Doordat we geluisterd hebben naar de influisteringen van de vorst der duisternis zijn we dwaas geworden. We hebben de leugen geloofd boven de Waarheid. Die geloven we nog altijd, tenzij... Tenzij wij aan onze dwaasheid en aan ons onverstand ontdekt worden. Dat kan alleen door de Heilige Geest.

Als het licht van Gods Geest ons hart verlicht, dan gaan we ontdekken hoe verduisterd van verstand we zijn en hoe dwaas we door de zonde geworden zijn. Dan kunnen we thuis zijn in de Schriften en dan kunnen we onderlegd zijn in de leer, maar ten diepste zijn we dan nog dwaas en onkundig. Maar door Gods Geest krijgen we verstand van God en goddelijke zaken. Door de werking van Gods Geest krijgen we een luisterend oor en een opmerkzaam hart. We gaan acht slaan op hetgeen ons van de Heere gesproken wordt. Dan wordt de bede van Salomo ook de onze: “Geef mij een verstandig hart.” Dat is een vragend hart: “Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?” Een verstandig hart is een Samuëls-hart: “Spreek, Heere, want Uw knecht hoort.” Daar wordt het: “Ik neig het oor, daar ‘k op Gods inspraak wacht.”

Niet alleen Salomo had het nodig, we hebben het allemaal nodig, al zijn we geen koning of al staan we niet in het ambt. We hebben een verstandig hart nodig om verstandig te onderscheiden tussen goed en kwaad. Dan komen de dingen in ons leven in de juiste volgorde te staan. Dan komen niet

onze aardse belangen en begeerten op de voorgrond te staan, maar dan wordt de eerste vraag van ons leven: Hoe word ik met God verzoend? Hoe krijg ik een genadig God? Dan zijn het niet onze eigen belangen die op de voorgrond staan, maar dan wordt onze eerste vraag, hoe God aan Zijn eer komt. Daar was het ook Salomo om te doen. Het ging hem om Gods Koninkrijk en om God Zelf. Dan komen de dingen der eeuwigheid op de eerste plaats te staan. Waar gaat uw hart naar uit? Zoekt u het nog in deze wereld en verwacht u het nog van deze aarde? Weet dan wel: de wereld gaat voorbij en al haar begeerlijkheid. Dan wacht u de eeuwige ondergang. Wie door genade tot de onberouwelijke keus mag komen, diens bede zal het zijn en blijven: “Eén ding heb ik van God begeerd, daar zoek ik naar, dat zij mijn zaligst lot, dat ik, zolang mij ‘t levenslicht bescheen in ‘s Heeren huis mocht wonen hier beneên.”

Ds. B. de Romph († 24 juli 2019)