CGK Katwijk

Christelijke Gereformeerde Kerk te Katwijk aan Zee

Meditatie

In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen.
Johannes 14:2 

Al werden we ook geboren in een paleis van goud, naar de kern van ons wezen komen we als daklozen ter wereld. Wij hebben God verloren en zijn buiten het paradijs verdreven. Wij dolen als ballingen over de aarde rond.

Maar nu is er een Vaderhuis daarboven. En God Zelf is er van eeuwigheid af over bewogen geweest, dat dit Huis niet zou ledig blijven. Daarom heeft Hij de sleutels van dit heerlijke Huis aan Zijn Zoon overhandigd. Nee, het heet hier niet het Huis uws Vaders, maar: het Huis Mijns Vaders.

Tussen u, o balling, en dat Vaderhuis, staat de grote sleuteldrager Jezus. Hij heeft een recht op dat Huis herwonnen voor mensen die als boeteling en smekeling aan de poorten nederzonken. De koopprijs van die woningen is wel hoog. Maar Hij heeft die prijs betaald. Er was voor Hem geen plaats in de wereld. Naakt is Hij uitgespalkt op het kruis gestorven. Maar zo heeft Hij de sleutel verworven die toegang geeft tot het Vaderhuis. Opdat wederhorigen bij God zouden mogen wonen. Niet een dag, een jaar, een eeuw, maar eeuwig en altoos.

En nu zoekt Hij die ballingen op en wekt in hun hart begeerte naar dat verloren Huis. Hij leert hen de weg erheen. Hij Zelf ging vooruit, en bereidt daar hun plaats. Hij haalt hen op in het stervensuur, Hij bidt hen binnen. Hij verheugt er Zich met grote vreugde over, dat er velen komen. Want hier is een zalig eeuwig onderdak voor Samuëls en Rachabs, voor Timotheüssen en Paulussen, voor Davids en Petrussen.

Vele woningen zijn er. Ze mogen al verscheiden van grootte zijn, maar naar ieders bijzondere bestemming en aard. Rijk in verscheidenheid, maar de ruimste zaal en het kleinste vertrek aldaar, ze hebben dit gemeen: het is er overzalig, omdat dit Huis door God bewoond wordt. Als een groot gebouw centraal is verwarmd, ervaren we omhoog en omlaag, en in alle vertrekken de aangename koestering van de warmte. Zo ook in dat Vaderhuis: overal, in elk vertrek zal ervaren worden de doorstraling van Gods Geest en gunst.

O, smeek dat God u hier dan vreemdeling en pelgrim make. Kom als balling, vluchteling, boeteling, smekeling, tot God uw Rechter, pleitende op de gerechtigheid van de Heere Jezus alleen. En ge zult ervaren: veel heb ik verloren in het Paradijs, maar eindeloos meer krijg ik terug, dáár waar de gezegende Borg mij een plaats van eeuwige rust heeft bereid.

Maar wie hier op aarde burger wil zijn, die zal straks eeuwig buiten moeten blijven.

Maar dit hoeft echter niet. Voor een dwalend mens staat het Vaderhuis nóg open. Maar slechts éne deur geeft toegang. Ik ben de deur: Jezus Christus. En wie Hem door het geloof omhelst, die mag zeggen: Deze zal niet de hemel binnengaan, en mij er buiten laten staan.

 

prof. G. Wisse (1873-1957)