CGK Katwijk

Christelijke Gereformeerde Kerk te Katwijk aan Zee

Meditatie

Salomo’s gebed voor de zending

…Opdat alle volken der aarde Uw Naam kennen om U te vrezen…

1 Koningen 8: 43m

Genade maakt gunnend. Wie door genade een ander leven kent zal niet alleen de Heere de hoogste eer gunnen, maar zal de zaligheid ook gunnen aan de naaste. Ook hij heeft immers een ziel voor de eeuwigheid te verliezen! Wie de goedheid van de Heere voor een ellendig mens heeft ondervonden, gunt de duivel er niet één en weet dat er genade is overvloeiende voor de grootste der zondaren. Ook in de oudtestamentische bedeling zien we dat uitkomen. Hoewel toen het heil vooral onder Israël was geopenbaard en door het verbond tot Israël was beperkt, zien we toch reeds de lijnen lopen naar de nieuwtestamentische bedeling. Dan… na Pinksteren worden de grenzen doorbroken, dan wordt naar ’s Heeren bevel het Evangelie gepredikt aan alle creaturen, dan moeten alle volken dit onderwijs ontvangen en mag ook het teken en zegel van het verbond in de doop ontvangen worden. Bij Abrams roeping had de Heere al gezegd: “En in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.” David zegt in Psalm 86: “Al de heidenen, Heere, die Gij gemaakt hebt, zullen komen en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen en Uw Naam eren.”

Salomo, Davids zoon, gaat bij de inwijding van de tempel in gebed tot de Heere. Vlak voor het altaar knielt hij neer. In zijn gebed richt hij zich tot de Heere, maar eigenlijk ook tot het volk. Het volk moet dit gebed ook verstaan en… meebidden. In gedachten zien we de geknielde koning met uitgebreide handen naar de hemel gericht. Zo bidt hij en smeekt hij de Heere om genade en vergeving wanneer zonden en zondige verhoudingen de gemeenschap met de Heere hebben verbroken. Zo smeekt hij om bekering als het volk zich de straffen van de Heere heeft waardig gemaakt. “Hoor Gij dan in de hemel en vergeef de zonde van Uw knechten en van Uw volk Israël…”

Wanneer Salomo zijn hart uitstort voor de Heere en de ene bede na de andere opzendt tot God, dan bidt hij ook voor mensen buiten het verbond. Een enkeling heeft mogen meewerken aan de totstandkoming van de tempel. Hiram en anderen. Door de leverantie van materialen zou het ook elders bekend geworden zijn welk een bouwwerk in Israël tot stand gebracht zou worden. Het gerucht van de grote Naam des Heeren en van Zijn sterke hand en uitgestrekte arm zal ongetwijfeld in de omliggende volken gehoord worden. Wanneer dan die buitenlanders in Jeruzalem met eigen ogen dit heerlijke gebouw zouden aanschouwen, wanneer ze meer zouden willen weten van deze heerlijke God en die God ook zouden willen erkennen en aanbidden. “Hoor Gij in de hemel. De vaste plaats Uwer woning en doe naar alles, waarom die vreemde tot U roepen zal…”(vs. 43a). We voelen aan dat de Heere Die door Zijn Heilige Geest dit gebed werkte in Salomo en het ook in Zijn Woord liet optekenen, ons hierin veel onderwijs wil schenken. Wat is het gebed nodig om daarin de zonde en de onwaardigheid voor Gods aangezicht te belijden. Om te worstelen voor het herstel in Gods gemeenschap in de weg van waarachtige bekering. Dat er gebogen mag worden onder de krachtige hand Gods, dat Zijn roepstemmen nog verstaan zouden worden. Maar ook dat "de blinde heiden, nu van God gescheiden, eens Uw heil erkenn’.”

Salomo bidt dat er ook vanuit het heidendom aanbidding van de Heere zou komen en dat zo alle volken der aarde de Naam des Heeren zouden gaan kennen en… Hem zouden vrezen. Dat is heel wat anders dan de monopoliegedachte die we bij vele Joden in Jezus’ dagen aantreffen en waar ook de apostelen mee te maken krijgen. Verlicht door de Heilige Geest bidt Salomo dat al de bewoners van deze aarde mogen komen tot bekering en de vreze des Heeren. Daar is immers geen beter leven dan een leven bij en onder Gods Woord. De God van het Woord laat daarin Zijn goedertierenheid bekend maken Zijn heil voor alles verbeurd hebbende zondaren. Hij heeft een weg uitgedacht waardoor een gevallen Adamskind weer in Zijn gemeenschap gebracht kan worden zonder dat één van Zijn deugden gekrenkt zou worden. De tempel- en offerdienst getuigen ervan. De koningin van Scheba, en later de gezanten van Berodach Baladan, kunnen als de eerste bewijzen gezien worden van Salomo’s gebed. Maar later, na Pinksteren, zien we de verdere vervulling van wat Salomo heeft

gebeden. Hij is hier een type van de Meerdere Salomo. In de gelijkenis van de goede Herder zegt Christus: “Ik heb nog andere schapen die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder. En in het Hogepriesterlijke gebed: “Vader, Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor diegenen die door hun woord in Mij geloven zullen.” Opdat zo het profetenwoord vervuld zal worden dat de aarde vol zal zijn van de kennis des Heeren. Nu Christus de rechtsgrond door Zijn offer aan het vloekhout van Golgotha heeft gebracht, nu Hij als het Vrouwenzaad het slangenzaad heeft overwonnen, nu mag dat Evangelie van Zijn overwinning op dood en graf wereldwijd klinken. Zo mocht het ook in ons land komen. Bracht het in Uw leven ook waarachtige bekering? Daarom roept de Heere om via de zending dit Evangeliewoord uit te dragen. Laat het ons gebed zijn, als gehoord mag worden van die ene Naam onder de hemel, van het bloed dat reinigt van alle zonden, van genade en vergeving… dat er dan ook mogen zijn die “komen en bidden” (vs. 43m). Dan mag het gebeden worden: “Hoor Gij in de hemel… en doe naar alles, waarom die vreemde tot u roepen zal.” Die vreemde zal roepen om bekering. De Heere zal het tollenaarsgebed dat Hij al Zijn volk en kinderen leert, doen opzenden: “O God, wees mij zondaar genadig.” Horen we dan niet de belofte doorklinken dat de Heere het Zelf zal geven en waarmaken?

 

Ds. A. v.d. Weer