CGK Katwijk

Christelijke Gereformeerde Kerk te Katwijk aan Zee

Meditatie

Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is,
Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.
(Romeinen 8:34)

 

Zoals de ziel geleid en onderwezen wordt door de Geest, zo volgt zij de Heere Jezus in al de verschillende daden en lijdensgangen van Zijn leven. De eerste plaats waar de Heilige Geest de arme zondaar bij brengt, is het kruis van Jezus. Dit is het eerste lichtstraaltje der verlossing die wij krijgen van de Heere des levens en der heerlijkheid. De Heilige Geest brengt de arme, schuldige zondaar, belast met een gewicht van duizenden zonden, tot de voeten van het kruis en opent zijn ogen om de Zoon van God te zien, zoals Hij daar hangt, bloedend, als een verzoening voor onze zonden. Aldaar gebracht te worden door de kracht des Heiligen Geestes en die gezegende verborgenheid van de bloedende, lijdende en de doodstrijd strijdende Zoon van God in ons hart en geweten verklaard te mogen vinden, is de eerste zalige ontdekking waarmee God de Heilige Geest ons begunstigt.

Doch vandaar gaan wij voort om Jezus te beschouwen, liggende in het graf; want wij moeten ook sterven, en wij hebben nodig te zien dat de Voorloper in het graf gegaan is voor ons. Wij hebben nodig te beseffen dat wij in het graf kunnen nederliggen en dat die enge slaapplaats door Jezus welriekend is gemaakt, doordat Hij daarin vóór ons heeft gelegen.

En als wij gewandeld hebben van het kruis naar het graf, dan gaan wij een stap verder, namelijk tot de opstanding van de Heere des levens en der heerlijkheid. Wij zien Hem door het geloof op de derde dag het graf, waar Hij was neergelegd, uitgaan in heerlijkheid en kracht, tot onze rechtvaardigmaking. En zo zien wij in de opstanding van de Heere Jezus de hoop der ziel op een zalige onsterfelijkheid.

Doch wij blijven ook hier niet staan. Als de Geest des Heeren ons ogen geeft om te zien, en ons hart beweegt, dan gaan wij weer een stap verder. Dat is tot de hemelvaart des Heeren. Wij blijven niet op aarde vertoeven (want Hij bleef ook niet hier), maar wij klimmen op om Hem te zien, zittende aan de rechterhand des Vaders, als Middelaar tredende tussen God en mensen, als de Goddelijke Pleitbezorger, als het heerlijk Hoofd der genade, uit Zijn volheid gaven mededelend. Wij hebben al de dagen nieuw licht en genade nodig om gehouden te worden op de weg waarop de Heere Jezus onze voet gezet heeft. Zo, dat de hemelvaart van Christus geen dorre dogmatiek is, maar dat zij in verband staat met de gewaarwording van ons hart, onze diepe val en ongeluk, met al onze schuld, met al onze benodigdheden, en dat elk ogenblik wanneer wij door het onderwijs van de Geest op deze Middelaar mogen zien, het voor ons een waarheid wordt van uitnemend genoegen en zaligheid.

 

J.C. Philpot (1802-1869)