CGK Katwijk

Christelijke Gereformeerde Kerk te Katwijk aan Zee

Catechisatie

Catechisatie Groep 1 & 2 – 30 januari DV

 

Willen jullie vraag 1 t/m 6 maken? Neem er echt even de tijd voor! Ik zou het erg op prijs stellen als jullie de leervragen (als een korte samenvatting van vorige keer) willen leren.

 

Vragen over 2 Samuël 12: 15-23

  1. Lees 2 Samuël 12: 15-23. In vers 15 staat dat het kind van David erg ziek werd. Soms denken mensen, dat zijn ziekte een straf was op de zonde van David en Bathséba. Waarom is dat niet zo?
  2. Wat zou wel de reden geweest zijn, dat deze jongen ziek werd? Kunnen we eigenlijk wel een antwoord geven op die vraag?
  3. In vers 16-17 staat dat 'David de HEERE zocht voor dat jongsken'. (a) Waar zou David om gebeden hebben? (b) Mag je, als je bidt, 'redenen aanvoeren' voor de verhoring van je gebed? (c) Welke redenen kon David aanvoeren?
  4. (a) Waar ging David heen, nadat zijn kind gestorven was (vers 20)? (b) Wat deed hij daar en wat betekent dat?
  5. Lees vers 23 nog eens. David zegt: ‘ik zal wel tot hem gaan’. Hij bedoelt dat op 2 manieren. Welke?
  6. (a) Wat heeft het volgende stukje uit de Dordtse Leerregels (I, 17) te maken met deze geschiedenis? “Nademaal wij van den wille Gods uit Zijn Woord moeten oordelen, hetwelk getuigt dat de kinderen der gelovigen heilig zijn, niet van nature, maar uit kracht van het genadeverbond, in hetwelk zij met hun ouders begrepen zijn, zo moeten de godzalige ouders niet twijfelen aan de verkiezing en zaligheid hunner kinderen, welke God in hun kindsheid uit dit leven wegneemt”. (b) En welke vragen heb jij over dit gedeelte uit de Dordtse Leerregels?

 

Leervragen:

Wat bedoelen we met de drievoudige dood? | De lichamelijke dood, de geestelijke dood en de eeuwige dood

Wat betekent de geestelijke dood? | Dat we van nature

- van God gescheiden zijn,

- in zonde liggen

- en onmachtig zijn om onszelf te verlossen

Wie kan geestelijk dode zondaren levend maken? | De Heilige Geest

Welk middel gebruikt Hij daarvoor? | De prediking van het Evangelie

 


 

Lees Markus 10: 13-16. Welke dingen vallen je op in dit Bijbelgedeelte?

Bij vers 13: (a) Wie brengen er kinderen tot Jezus? (b) Ze doen dat ‘opdat Hij ze aanraken zou’. Wat wordt met dat ‘aanraken’ bedoeld, volgens Mattheus 19: 13?

Op welke manieren zouden in onze tijd kleine kinderen tot Jezus kunnen worden gebracht?

  1. Stelling: Ook in onze tijd worden nog doden opgewekt. Mee eens of niet? Waarom wel/niet?
  2. Lees het Bijbelgedeelte rustig voor jezelf enkele keren door. Welke dingen vallen je op? Heb je ook vragen? 
  3. Lees vers 14. (a) Welke dingen doet de Heere Jezus om de dode jongen op te wekken? (b) En waarom zou de Heere Jezus eerst de baar aanraken?
  4. De Heere Jezus heeft in dit gedeelte ook duidelijk oog voor de nood van de moeder van de jongen. (a) Waarom is het sterven van haar zoon voor haar zo erg? (b) Wat betekent het, dat de Heere Jezus met innerlijke ontferming over de moeder bewogen werd? (c) Wat is je eerste gedachte bij de laatste twee woorden van vers 13?
  5. Door de zonde is de mens van nature onderworpen aan de drievoudige dood: de lichamelijke dood, de geestelijke dood en de eeuwige dood. Wat wordt bedoeld met de geestelijke dood?
  6. Als de mensen dit wonder zien, reageren ze met de woorden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan’. Vind je de naam ‘profeet’ hier goed? Waarom wel / niet?
  7. Welke twee mensen heeft de Heere Jezus tijdens Zijn omwandeling op aarde nog meer opgewekt? Waarom in totaal maar 3 mensen, denk je?
  8. Wat leer je uit dit Bijbelgedeelte over Wie de Heere Jezus is? Probeer 3 eigenschappen te noemen.

 

Leervragen

Zal de mens altijd leven? | Nee.

Sterft dan heel de mens? | Nee, alleen het lichaam, want de ziel is onsterfelijk.

Hoeveel wegen zijn er voor de ziel na de dood? | Twee: de hel of de hemel.

Gaat de ziel daar na de dood direct heen? Ja, zoals blijkt uit de gelijkenis van Lazarus en de rijke man. De rijke man hief zijn ogen op in de hel, en Lazarus werd gedragen in Abrahams schoot.

Bestaat er een vagevuur? | Nee, de moordenaar ging niet naar een vagevuur, maar direct naar de hemel.

 


Catechisatie Groep 3 - 23 januari DV

 

We gaan nog een keer nadenken over de Doop:

- Welke vragen heb je zelf nog over dit onderwerp?

- Het eerste wat de Doop ons volgens het formulier aanwijst, is de onreinheid van onze (jouw! mijn!) ziel. Heb je dat wel eens beseft bij een Doopsbediening? Zo niet, hoe zou dat komen?

- De boodschap dat onze ziel onrein is, heeft 3 doelen volgens het formulier: dat we onszelf 'mishagen', 'verootmoedigen' en 'onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf zoeken'. Kun je die 3 doelen losmaken van elkaar?

- Ken je een Bijbels voorbeeld van iemand die zich mishaagt? Wat is het verschil met minderwaardigheidsgevoelens over onszelf?

 


 

 

Leervragen

Wat zijn gelijkenissen? | Verhalen, ontleend aan het dagelijks leven, om een geestelijke les door te geven

In welk hoofdstuk staan 7 gelijkenissen over het Koninkrijk der hemelen? | Mattheus 13

Wie is de duivel en wat betekent zijn naam? | Een gevallen engel; uiteenwerper

Welke 3 namen krijgt de duivel in de Bijbel nog meer? | satan; vader der leugenen; mensenmoorder van den beginne

 


 Catechisatie Groep 3 – 16 januari DV

 

Van de onderwerpen / vragen die jullie aangedragen hebben, wil ik de komende weken met jullie nadenken over de

Doop / het Verbond. Voor maandag a.s. de volgende vragen. Willen jullie de vragen maken?

 

    1. Lees Genesis 17: 2-3 en 10-14. (a) Welk sacrament wordt hier ingesteld? (b) Aan wie moet het bediend worden? (c) Is dat een kwestie van vrije keus of niet?
    2. De besnijdenis was teken van het verbond. Betekende dat teken / het verbond, dat je automatisch bekeerd was? Wat dan wel?
    3. Mocht je in het Oude Testament onbesneden bleven, als je vader en moeder onbekeerd waren, maar wel tot het volk van Israël behoorden?
    4. Wat heeft de doop met de besnijdenis te maken? Lees hiervoor Kolossenzen 2: 11-12.
    5. Hoe ondersteunen de volgende teksten het standpunt dat de kleine kinderen van de gelovigen gedoopt moeten worden?
      1. Markus 10:14
      2. Mattheüs 28:19
      3. Handelingen 2:39
      4. Handelingen 16:15 en 33

 

Catechisatie groep 1&2 DV 12 december

 

Willen jullie de eerste 6 vragen maken? De vragen gaan over Handelingen 19: 18-40.

 

[1] Lees vers 18.

a - Wat doen volgens dit vers veel mensen, die tot geloof komen?

b - Wat is 'je zonden belijden' eigenlijk?

c - Ken je Bijbelse voorbeelden van het belijden van zonden?

d - Ken je ook mensen die wel verdriet leken te hebben over hun zonden, maar bij wie dat toch niet echt was? 

[2] Wat doen de mensen die tot geloof komen, met hun toverboeken?

[3] Zouden er in onze tijd zonden en afgoden zijn, waarmee we echt breken moeten? Hoe moet dat?

[4] Zijn er ook zonden waarmee je niet kunt breken?

[5] Wat betekent ‘wies’ in vers 20?

[6] Tijdens het verblijf van Paulus in Efeze ontstaat er ook een groot oproer in de stad. Degene die dit oproer ontketent, is Demetrius. Lees vers 24-27. Als je het in het kort moet zeggen: Waarom is deze man tegen de prediking van Paulus?

[7] Lees vers 35-40. Wie brengt er rust te midden van deze oproer? Wat leert dat over onze overheid?

 

 

Catechisatie groep 3 – DV 12 december

 

Stellingen:

1. De Heere Jezus heeft echt menselijke emoties gehad.

2. De Heere Jezus kan depressieve mensen begrijpen vanuit de ervaring.

3. Dat de Heere Jezus, toen Hij in alles verzocht werd, zonder zonde bleef, betekent dat Hij de verzoeking niet begrijpt.

4. In het gebed mag je alles tegen de Heere zeggen.

 

Lees Hebreeën 4: 14-16

5. Volgens deze verzen kan de Heere Jezus ‘medelijden hebben met onze zwakheden’. Welke echt menselijke ‘zwakheden’, maar ook emoties heeft de Heere Jezus allemaal ondervonden tijdens Zijn leven op aarde?

6. De Heere Jezus is ‘in alle dingen gelijk als wij verzocht’. Welke concrete verzoekingen heeft Hij ervaren?

7. Om welke redenen zou de Heere Jezus in dit vers ‘Hogepriester’ worden genoemd?

8. Hoe kunnen mensen (en jij!) ‘toegaan tot de troon der genade’? En welke aanwijzing geeft de apostel hierbij?


 

Catechisatie groep 1&2 DV 5 december

 

Willen jullie de eerste 5 vragen maken? De vragen gaan over Handelingen 19: 1-20.

 

[1] In Efeze vindt Paulus twaalf discipelen van Johannes de Doper.

[a] Over Wie hadden zij nog nooit gehoord?

[b] Wat is het werk van de Heilige Geest eigenlijk?

[c] Iemand heeft het werk van de Heilige Geest eens vergeleken met een schijnwerper. Hoe zou dat bedoeld worden?

[2] Hoelang heeft Paulus in Efeze gepreekt (vers 10)? En waar (vers 9)?

[3] Paulus krijgt in Efeze kracht om ongewone wonderen te doen.

            [a] Welke 2 groepen mensen worden genezen?

            [b] Waarom zou de Heere deze wonderen doen?

            [c] Zou de Heere vandaag nog zulke wonderen doen?

            [d] Waarom doet Hij deze wonderen soms ook niet?

[4] Wat proberen de 7 zonen van Sceva te doen, volgens vers 13-14?

[5] Welke 2 dingen gebeuren er met hen (vers 16)? En waarom zouden zij de boze geesten niet hebben kunnen uitwerpen?

[6] In vers 17 lees je 2 reacties op deze gebeurtenis. Welke?

[7] Wat doen volgens vers 18 veel mensen, die tot geloof komen? Is dat volgens jou altijd nodig?

[8] Lees vers 19. Wat zouden ‘ijdele kunsten’ hier zijn?

[9] Wat doen de mensen die tot geloof komen, met hun toverboeken? En welke les ligt daarin voor jou?

[10] Wat betekent ‘wies’ in vers 20?

 

 

 

 


 

Catechisatie groep 3 DV 5 december

Vorige keer hebben we met elkaar wat spontaan nagedacht over vragen rond transgender en homoseksualiteit. Daarover denken we deze keer nog verder na, vooral over wat de Bijbel ons leert met betrekking tot deze dingen. Neem al je vragen over dit onderwerp mee!

 


Catechisatie Groep 1 & 2 – DV 28 november 2022

 

[1] In Handelingen 18: 9-10 lees je, dat de Heere ’s nachts tot Paulus spreekt.

  1. Waarom deed de Heere dit? Let vooral op de eerste woorden die de Heere spreekt.
  2. De Heere zegt in vers 10, dat Hij ‘veel volk in deze stad’ heeft. Zouden dat allemaal mensen zijn geweest, die al tot bekering gekomen waren, of kan er ook iets anders mee bedoeld worden?

[2] In 1 Korinthe 6: 10 worden 10 ‘openbare zonden’ genoemd.

  1. Wat is volgens jou de ergste zonde die hier genoemd wordt? En waarom?
  2. Wat is het verschil tussen ‘openbare’ en ‘verborgen’ zonden?
  3. Wat moet er met onze zonden gebeuren?

[3] In 1 Korinthe 6: 11 wordt verteld, wat er gebeurd is met sommige ‘openbare zondaars’ in Korinthe.

  1. Welke 3 (werk)woorden worden daarvoor gebruikt?
  2. Door Wie is dat gebeurd?
  3. Wat betekent 'gerechtvaardigd'?

[4] De Heere sprak tot Paulus ‘in een gezicht’.

  1. Wat is dat?
  2. Hoe spreekt de Heere tot jou?
  3. Stelling 1: We hebben er niet genoeg erg in, hoe vaak de Heere tot ons spreekt.
  4. Stelling 2: Je kunt hier niets aan doen.

[5] In Handelingen 18: 12-16 lezen we, dat de Joden Paulus beschuldigen.

  1. Waarvan?
  2. Wie zit er achter deze aanklacht?

 

Catechisatie groep 1&2 DV 20 november 2022

  Paulus in Korinthe (1)

 

Lees Handelingen 18: 1-8

 

[1] Lees vers 1-3. In Korinthe ontmoet Paulus Aquila en Priscilla. Wat zijn zij van beroep?

[2] Paulus oefent dit beroep ook uit en hij gebruikt het voorbeeld van een tent later in de Korinthebrief. Lees hiervoor 2 Korinthe 5: 1.

  1. Welk woord voor ‘tent’ gebruikt Paulus hier?
  2. Wat bedoelt hij met ‘ons aardse huis dezes tabernakels’?

[3] Jullie hebben een opleiding of een beroep gekozen, of jullie gaan dat nog kiezen.

  1. Hoe zou je de Heere in je keus (van een beroep of opleiding) kunnen betrekken?
  2. Hoe zou je kunnen weten, wat de goede keus is?
  3. Zijn er beroepen / opleidingen die je als christen niet kunt uitoefenen?

[4] Hoe kan de duivel jou op je werk van God proberen af te brengen?

[5] Op de sabbat preekt Paulus in de synagoge. Waar probeert hij volgens vers 5 de Joden van te overtuigen?

[6] In vers 5 worden 2 namen van de Zoon van God gebruikt. Welke 2? En wat betekenen die namen letterlijk?

[7] Sommige Joden in synagoge ‘wederstonden en lasterden’, toen Paulus preekte. Waaraan zou je hebben kunnen merken, dat ze ‘wederstonden’?

[8] Tegen de ongelovige Joden zegt Paulus: ‘Uw bloed zij op uw hoofd’. Wat zou hij daarmee bedoelen?

[9] In vers 8 wordt verteld, dat Crispus tot geloof komt. Waarom is het zo’n wonder dat juist hij tot geloof komt?


Catechisatie groep 3 DV 20 november

Hoe kun je troost uit Gods Woord putten in donkere tijden? (2)

 

[1] Ken je zelf Bijbelse voorbeelden van mensen die het moeilijk hadden en in de put zaten?

[2] Lees Psalm 105: 16-21. Over wie gaat het hier?

[3] Vanuit jullie 'algemene Bijbelkennis': Het leven van Jozef lijkt wel op een weg die steeds verder naar beneden gaat, en vervolgens steeds verder omhoog gaat.

a) Welke gebeurtenissen markeren de weg naar beneden?

b) Welke gebeurtenissen markeren de weg naar boven?

[4] Wat betekent vers 19?

[5] Waar zou Jozef steun aan gehad hebben in de diepte?

[6] Kan dat jou ook helpen? Waarom (niet)?

 


1) In Handelingen 17: 30 gaat het over ‘bekering’.

a - Wie moeten zich volgens dit vers bekeren?

b - En Wie laat dat volgens dit vers aan ons weten? Hoe doet Hij dat?

 

2) In vers 31 legt Paulus uit, waarom mensen zich moeten bekeren.

a - Welke belangrijke reden noemt hij hier voor onze bekering (in je eigen woorden)?

b - Zou je nog meer redenen kunnen noemen?

 

3) Iemand zegt: 'Maar je kunt je toch niet bekeren'? Wat zou je daarop zeggen?

 

4) Een tweede onderwerp in de preek van Paulus in Athene is de ‘opstanding der doden’.

a - Wie is er uit de doden opgestaan?

b - En wie zijn er, in de Bijbelse tijd, allemaal uit de doden opgewekt

c - Wat zou je zeggen, als iemand tegen je zegt: ‘Maar dat kan toch niet’?

 

5) Paulus spreekt ook over de wederkomst van de Heere Jezus.

a - Hoe noemen we de periode voor de wederkomst van de Heere Jezus?

b - Zijn er tekenen van de eindtijd, die je nu in vervulling ziet gaan?

 

6) In Handelingen 17: 32 en 34 lees je over 3 reacties op de preek van Paulus.

a - Welke 3?

b - Zijn er dingen die je daaruit kunt leren?

 

 

Catechisatie groep 3 DV 7 november 2022

De komende weken gaan we nadenken over een ander onderwerp dat door jullie is aangedragen: Hoe kun je troost vinden in Gods Woord in moeilijke tijden van je leven?

1) Stelling: Dit onderwerp is voor iedereen uit de catechisatiegroep van betekenis. Eens of niet? Waarom (niet)?

2) Lees Psalm 10. Welk vers gaat vooral over ons onderwerp?

3) Als je een psalm leest, ga je zo'n psalm vaak beter begrijpen, als je de vraag stelt: Wat kom ik uit deze psalm te weten over de situatie van de dichter? Welk antwoord krijg je als je die vraag stelt bij Psalm 10?

4) Lees ook Psalm 139. Op welke manier(en) zou deze Psalm troost kunnen geven?


Vorige keren:

 

Lees eerst Handelingen 17: 16-27

 

[1] Paulus ziet dat de stad Athene ‘zozeer afgodisch’ is.

  1. Waaraan zou hij dat hebben gezien?
  2. Hoe reageert hij daar volgens vers 16 op, en wat betekent dat?

[2] Waar zou je in onze tijd aan kunnen zien dat een plaats afgodisch is?

[3] Wat zijn de gevaarlijkste afgoden, denk je?

[4] Op welke 2 plaatsen in Athene preekt Paulus het Evangelie, volgens vers 17?

[5] Lees vers 19-21.

  1. Waarom willen de Atheners de boodschap van Paulus horen, als je dat in eigen woorden moet zeggen?
  2. Is dat goed of niet? Leg je antwoord uit.

[6] In vers 23 vertelt Paulus over een altaar dat hij in Athene gezien heeft.

  1. Voor wie is dat altaar?
  2. Waarom zou dat altaar gemaakt zijn?

[7] Is de Heere voor ons ook een onbekende God? Waarom wel / niet?

[8] In vers 26 staat, dat de Heere ‘uit énen bloede’ het hele menselijke geslacht gemaakt heeft. Wie wordt er, denk je, bedoeld met ‘uit énen bloede’?

[9] Van welke 2 dingen in jouw leven wordt in vers 26 gezegd, dat de Heere die heeft ‘bescheiden’ (vastgesteld)?

[10] Welke bedoeling heeft de Heere daarmee, volgens vers 27?

[11] Wat betekent: God zoeken?


Stelling: Uitverkiezing betekent dat de grootste zondaar zalig kan worden.

Stelling: Je kunt er van verzekerd worden dat je uitverkoren bent.

Vraag: Ligt er volgens jullie ook een positieve boodschap in de uitverkiezing? Zo ja, welke?

Vraag: Welke vragen blijven er nog over bij jou over dit onderwerp?

 


Groep 1 & 2 - 3 oktober 2022 - Met Paulus op zendingsreis – 3

 

Vragen over Handelingen 16: 6-18 (eerste 6 vragen zijn huiswerk)

 

[1] Lees vers 6-10. Je zou bij deze verzen kunnen zeggen: God sluit deuren en Hij opent deuren. Hoe zie je dat in deze verzen terug?

[2] Wat weet je over de plaats waar Lydia op de sabbat was, vanuit vers 13? Probeer dit vers helemaal uit te diepen en zoveel mogelijk (minstens 3) dingen te noemen.

[3] a. Wat is er volgens vers 14 met Lydia’s hart gebeurd?

b. Wat wordt er eigenlijk bedoeld met ‘ons hart’ in de Bijbel?

[4] Wat leert vers 14 ons over:

a. Hoe het van nature met ons hart is?

b. Wat er met ons hart moet gebeuren?

c. Waar de Heere dat juist wil doen?

[5] Wat zou bedoeld worden met ‘dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd’ (vers 14)?

[6] Volgens vers 15 wordt Lydia gedoopt met haar huis. Wat wordt met ‘haar huis’ bedoeld, denk je?

[7] Waarom zou Lydia zo graag willen, dat Paulus en Silas bij haar in huis komen? (Let vooral op hoe het woord ‘huis’ in dit vers ook gebruikt wordt)

[8] Volgens vers 16 worden Paulus en Silas achtervolgd door een dienstmaagd met een waarzeggende geest.

a. Wat betekent dat laatste?

b. Van wie heeft dit meisje deze macht?

c. Komt dit in onze tijd nog voor?

[9] Wat vind je van de woorden die de dienstmaagd in vers 17 roept?

[10] Waarom zou Paulus ‘ontevreden’ (vers 18) zijn over het gedrag van dit meisje, denk je?


Groep 3 - 3 oktober 2022

 

In de derde groep (20.30 tot 21.15) gaan we eerst een aantal keren nadenken over onderwerpen die door jullie zelf zijn aangedragen. We zijn begonnen met de uitverkiezing. Ter voorbereiding weer 4 stellingen. Eens of oneens?

1. God heeft sommige mensen uitgekozen, omdat Hij van tevoren zag dat zij beter waren dan anderen.

2. God heeft sommige mensen uitgekozen, omdat Hij van tevoren zag dat zij echt zouden gaan geloven.

3. Uitverkiezing betekent dat de grootste zondaar zalig kan worden.

4. Je kunt er van verzekerd worden dat je uitverkoren bent.

 


Uitverkiezing - deel 1 (Groep 3)

Stellingen: eens of niet?

1. Uitverkiezing is zo'n moeilijk onderwerp, dat je het er maar beter niet over kunt hebben in de preek of op catechisatie.

2. Als je Bijbels wilt nadenken over de uitverkiezing, moet je niet beginnen bij de eeuwigheid, maar bij de tijd (dus na de schepping).

3. Je kunt niet Bijbels nadenken over de uitverkiezing buiten de Heere Jezus en Zijn komst naar deze wereld om.

4. Omdat de uitverkiezing er is, is luisteren naar een preek niet echt nodig. 

5. Als je ongelovig blijft, blijft de toorn van God op je rusten.

 

Vragen over Handelingen 16: 22-33 (groep 1 en 2)

[1] In vers 22-23 wordt verteld wat er met Paulus en Silas gebeurde in Filippi.

  1. Welke 3 erge dingen gebeuren er met hen?
  2. Op Wie lijken ze daarin?

[2] Wat doen Paulus en Silas volgens vers 25 midden in de nacht? Hoe is dat mogelijk, als je denkt aan het lijden dat ze moesten ondergaan?

[3] Wat gebeurt er in vers 26? Wie zorgt daarvoor? 

[4] In vers 28 roept Paulus: ‘Doe uzelven geen kwaad’. Waarom is het zo’n groot kwaad, wat de stokbewaarder wilde doen? Probeer meer redenen te bedenken.

[5] Uit de verzen tot nu toe krijg je wel een indruk van wat voor man de stokbewaarder was. Hoe zou je hem beschrijven?

[6] In vers 30 stelt de stokbewaarder een vraag die ook jouw levensvraag moet worden. Waarom zouden zoveel mensen die vraag in hun leven nooit stellen? Zouden kerkmensen die vraag altijd wel stellen?

[7] Zou het antwoord van Paulus in vers 31 direct duidelijk geweest zijn voor de stokbewaarder?

[8] Wat is ‘geloven in de Heere Jezus Christus’?

[9] Wat doet de stokbewaarder volgens vers 33 met Paulus en Silas? Waarom zou hij dat doen?

[10] De stokbewaarder werd volgens vers 33 gedoopt ‘met de zijnen’. Wie worden met 'de zijnen' bedoeld, denk je?

[11] Ken je andere voorbeelden in het Nieuwe Testament van mensen die werden gedoopt met ‘hun huis’?


Vragen over Handelingen 13: 3-12 (groep 1 en 2)

Om persoonlijk over na te denken: op wie lijk jij in je houding tegenover Gods Woord: op Elymas of op Sergius Paulus? Of op geen van beiden? Hoe komt dat?

  1. In vers 3 staat dat de gelovigen in Antiochië ‘vastten en baden’. Wat betekent ‘vasten’? En wat is de bedoeling ervan in de Bijbel?
  2. Eén van de eerste eilanden die Paulus en Barnabas op hun zendingsreis bezoeken, is Cyprus. Waarom zouden ze juist daarheen gaan?
  3. Werpt wat je leest in Handelingen 4:36, nog meer licht over deze vraag?
  4. Waar verkondigen Paulus en Barnabas het Evangelie eerst volgens vers 5? Waarom daar?
  5. In Pafos ontmoeten Paulus en Barnabas verschillende mensen. Twee van hen worden met name genoemd. Wie zijn het?
  6. Van Barjézus of Elymas wordt gezegd dat hij een tovenaar is. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Wie geeft hem die macht? Zijn zulke dingen er nu nog?
  7. Van Sergius Paulus lezen we: ‘hij zocht zeer het Woord Gods te horen’. Zou een echte bekering daar volgens jou mee kunnen beginnen?
  8. De tovenaar, Elymas, probeert ‘de stadhouder van het geloof af te keren’. Hoe zou hij dat gedaan hebben?
  9. Hoe probeert de duivel nu jongeren en ouderen ‘van het geloof af te keren’?
  10. Welke straf krijgt Elymas, volgens vers 11, voor wat hij heeft gedaan?
  11. Zijn lichamelijke ziekten / beperkingen altijd een straf in de Bijbel? Welke bedoelingen zou de Heere er ook mee kunnen hebben?
  12. Probeer je in Paulus te verplaatsen: waar zou hij aan gedacht hebben toen hij tegen Elymas moest zeggen, dat die voor een tijd blind zou zijn?